Nederlands
Menu
5217 (1)
Categorie Vrouwen
Aanbevolen garen Noa
Type Trui
Techniek Breien
Maten 36/38 – 40/42 – 44/46
Patroon delen

Damestrui van Noa

By Scheepjes

Materiaal: Scheepjes Noa fuchsia/oranje (11) 6–7–7 bollen, breinaalden en rondbreinaald nummer 8.

Stekenverhouding: 11 steken en 15 naalden in tricotsteek gebreid, zijn 10 x 10 cm. De draad niet uittrekken maar normaal breien. Controleer dit en gebruik indien nodig andere naalden.

Gebruikte steken:

Boordsteek: Afwisselend 3 steken recht en 3 steken averecht.

Tricotsteek: Recht op de goede, averecht op de verkeerde kant.

Kabel: Brei volgens teltekening. Alleen de heengaande naalden zijn aangegeven, de teruggaande naalden breien zoals de steken zich voordoen. Open hokje = recht, x = averecht, / = zet 3 steken op een hulpnaald achter het werk, brei de volgende 3 steken recht, dan de 3 steken van de hulpnaald recht breien, \ = zet 3 steken op een hulpnaald voor het werk, brei de volgende 3 steken recht, dan de 3 steken van de hulpnaald recht breien. Herhaal steeds de 20 naalden in de hoogte.

Werkwijze:

Rugpand: Zet 47–53–59 steken op en brei 8 cm boordsteek, meerder in de laatste teruggaande naald verdeeld tot 50–55–60 steken. Brei verder in tricotsteek. Minder voor de taille 2 x 1 steek aan beide kanten van elke 10e naald. Meerder vanaf 25 cm hoogte 2 x 1 steek aan beide kanten van elke 12e naald. Kant bij 47–46–45 cm hoogte voor de armsgaten 1 x 2 en 1 x 1 steken af aan beide kanten van elke 2e naald. Kant bij 64 cm hoogte voor de hals de middelste 12–13–14 steken af en brei beide kanten apart verder. Kant aan de halskant nog 1 x 4 steken af in de 2e naald. Kant bij 66 cm hoogte de steken voor de schouders af.

Voorpand: Zet 47–53–59 steken op en brei 8 cm boordsteek, meerder in de laatste naald verdeeld tot 52–56–62 steken. Brei verder in tricotsteek met op de middelste 14 steken de kabel. Minder en meerder aan de zijnaden als bij het rugpand. Kant bij 59 cm hoogte voor de hals de middelste 10–10–12 steken af en brei beide kanten apart verder. Kant aan de halskant nog 1 x 3, 1 x 2 en 1 x 1 steken af in elke 2e naald. Kant de steken voor de schouders op dezelfde hoogte af als bij het rugpand.

Mouwen: Zet 23–23–26 steken op en brei 8 cm boordsteek, meerder in de laatste teruggaande naald verdeeld tot 26–28–30 steken. Brei verder in tricotsteek en meerder voor de mouwwijdte 6 x 1 steek aan beide kanten van elke 8e naald. Kant bij 48 cm hoogte voor de mouwkop 1 x 2, 4 x 1, 1 x 2 en 1 x 3 steken af aan beide kanten van elke 2e naald. Kant de overige steken af.

Afwerking: Sluit de schoudernaden. Neem met naalden zonder knop of rondbreinaald rond de hals 50–52–54 steken op en brei tricotsteek (na omslag van de col naar buiten ligt de averechte kant boven). Meerder op 4, 8, 12, 16 en 20 cm hoogte verdeeld over de naald 12 steken. Meerder niet steeds op dezelfde plaatsen maar verspring. Kant bij 22 cm hoogte alle steken soepel af. Zet de mouwen aan, het midden van de mouw komt tegen de schoudernaad. Sluit de zij- en mouwnaden. Knip voor de franjes draden van ca. 110 cm. Rol de draad om de hand en knoop deze dan aan de rand van de col (zie foto).

5217
5217
Ga terug naar patronen overzicht
Andere patronen door Scheepjes
Sluiten Taal