Nederlands
Menu
cal-omslag-ubuntu
CAL
Vind een winkel Lijst met winkels

Tips & Tricks

Moeilijkheidsgraad

Ook al is dit een patroon voor gevorderden, het is met avontuurlijke beginners in het achterhoofd geschreven. Er staat voldoende uitleg in om je goed op weg te helpen.

Benodigdheden

Small – Cotton 8
Cotton 8 (100% katoen), 50 gr /170 m

  • HK – 700 (Lichtgrijs) x 8 bollen
  • CK1 – 714 (Geel) x 2 bollen
  • CK2 – 654 (Roze) x 2 bollen
  • CK3 – 642 (Groen) x 2 bollen
  • CK4 – 639 (Oranje) x 2 bollen
  • CK5 – 622 (Lichtblauw) x 2 bollen
  • CK6 – 726 (Paars) x 2 bollen

Haaknaald A - 3 mm haaknaald voor (halve) ruiten en rand
Haaknaald B - 3,25 mm haaknaald alleen voor het aan elkaar haken
Optioneel: 3 cm Knoop en Label

Medium - Stone Washed
Stone Washed (80% katoen/20% acryl), 50 gr/130 m

  • HK – Moon Stone 801 (Crème) x 13 bollen
  • CK1 – Beryl 833 (Geel) x 3 bollen
  • CK2 – Tourmaline 836 (Roze) x 3 bollen
  • CK3 – Peridot 827 (Groen) x 3 bollen
  • CK4 – Red Jasper 807 (Rood) x 3 bollen
  • CK5 – Turquoise 824 (Blauw) x 3 bollen
  • CK6 – Deep Amethyst 811 (Paars) x 3 bollen

Haaknaald A - 3,5 mm haaknaald voor (halve) ruiten en rand
Haaknaald B - 4 mm haaknaald alleen voor het aan elkaar haken
Optioneel: 3 cm Knoop en Label

Large – Stone Washed XL + River Washed XL
Stone Washed XL (70% katoen/30% acryl), 50 gr/75 m

  • HK – Crystal Quartz 854 (Lichtgrijs) x 28 bollen

River Washed XL (70% katoen/30% acryl), 50 gr/75 m

  • CK1 – Nile 984 (Oranje) x 6 bollen
  • CK2 – Mississippi 986 (Roze/Oranje) x 5 bollen
  • CK3 – Amazon 991 (Groen) x 5 bollen
  • CK4 – Steenbras 982 (Roze/Paars) x 5 bollen
  • CK5 – Yarra 989 (Donkerpaars) x 6 bollen
  • CK6 – Colorado 981 (Blauw/Rood) x 5 bollen

Haaknaald A - 5 mm haaknaald voor (halve) ruiten en rand
Haaknaald B - 5,5 mm haaknaald alleen voor het aan elkaar haken
Optioneel: 3 cm Knoop en Label

Draadspanning

Vanwege de vorm van de eerste zes ruiten, zijn de instructies wat betreft de draadspanning iets ingewikkelder dan normaal. Elke ruit heeft drie verschillende afmetingen: Lange As, Korte As en Zijkanten; je vindt deze afmetingen hier onder.

(NL)-Tips-en-Tricks-1

Aan het eind van Toer 6 moeten de uiten de volgende afmeting hebben:

(NL)-Tips-en-Tricks-2

Aan het eind van Deel 3 moeten de ruiten de volgende afmetingen hebben:

(NL)-Tips-en-Tricks-3

Afmeting Deken

Vanwege de vorm van de deken staan hier onder 3 verschillende afmetingen: Zijkanten, Korte Diagonaal en Lange Diagonaal. De afmetingen voor de drie verschillende garensoorten (Small, Medium, Large) staan ook vermeld.

(NL)-Tips-en-Tricks-4

Uitleg van het patroon

Afkortingen

  • AK – Achterkant
  • Beg – Begin
  • RvA – Reliëfvaste achter (of andere steek, bijv. RstA)
  • CK – Contrastkleur
  • Ddst – Driedubbel stokje
  • Dst – Dubbel stokje
  • GK – Goede kant
  • RvV – Reliëfvaste voor (of andere steek, bijv. RstV)
  • HK – Hoofdkleur
  • Hoekopen – Hoekopening(en)
  • Hst – Half stokje
  • Hv – Halve vaste
  • L – Losse
  • Open – Opening(en)
  • Overgesl – Overgeslagen
  • Oversl – Overslaan
  • S/stn – Steek/steken
  • SM – Stekenmarkeerder
  • Smh – Samen haken
  • St – Stokje
  • V – Vaste
  • Volg – Volgende

Leestekens

* Een sterretje geeft patroonherhalingen aan. Je herhaalt alle instructies tussen de sterretjes het aantal keren zoals aangegeven. Een herhaling tussen sterretjes bestaat uit verschillende soorten instructies. Vanwege de complexiteit van de instructies voor de Ruiten, zijn deze instructies in de eerste 3 delen van het patroon grijs gearceerd.

Ronde haakjes () geven herhalingen aan. Herhaal de instructies tussen ronde haakjes het aantal keren zoals aangegeven. Ronde haakjes worden ook gebruikt om een groep steken aan te geven die in dezelfde s/open gehaakt moeten worden.

Rechte haakjes [] geven een aantal steken aan die allemaal in dezelfde s/open moeten worden gehaakt, wanneer het gebruik van ronde haakjes te verwarrend zou zijn.

Accolades {} worden gebruikt voor extra informatie en om naar foto’s te verwijzen.

Speciale Steken

Mocht je hulp nodig hebben met de steken of technieken die hieronder staan uitgelegd, ga dan naar deze link voor uitleg met foto’s:

2-st Bobbel
Garen om de naald en steek de haaknaald in de aangegeven s/open. Garen om de naald en haal een lus op {3 lussen op de haaknaald}. Garen om de naald en haal door 2 lussen {2 lussen op de haaknaald}. Garen om de naald en steek de haaknaald in dezelfde s/open. Garen om de naald en haal een lus op {4 lussen op de haaknaald}. Garen om de naald en haal door 2 lussen {3 lussen op de haaknaald}. Garen om de naald en haal door alle 3 lussen op de haaknaald.

3-st Bobbel
Garen om de naald en steek de haaknaald in de aangegeven s/open. Garen om de naald en haal een lus op. Garen om de naald en haal door 2 lussen – 2 lussen op de haaknaald. Garen om de naald en steek de haaknaald in dezelfde s/open. Garen om de naald en haal een lus op – 4 lussen op de haaknaald. Garen om de naald en haal door 2 lussen – 3 lussen op de haaknaald. Garen om de naald en steek de haaknaald in dezelfde s/open. Garen om de naald en haal een lus op – 5 lussen op de haaknaald. Garen om de naald en haal door 2 lussen – 4 lussen op de haaknaald. Garen om de naald en haal door alle 4 lussen.

Cluster Steek
Deze steek wordt ook wel 3st smh (3 stokjes samen haken) genoemd.
Garen om de naald en steek de haaknaald in de aangegeven st. Garen om de naald en haal een lus op {3 lussen op de haaknaald}. Garen om de naald en haal door 2 lussen {2 lussen op de haaknaald}. Garen om de naald en steek de haaknaald in de volg s. Garen om de naald en haal een lus op {4 lussen op de haaknaald}. Garen om de naald en haal door 2 lussen {3 lussen op de haaknaald}. Garen om de naald en steek de haaknaald in de volg s. Garen om de naald en haal een lus op {5 lussen op de haaknaald}. Garen om de naald en haal door 2 lussen {4 lussen op de haaknaald}. Garen om de naald en haal door alle 4 lussen op de haaknaald.

Dst Bobbel
2x garen om de naald en steek de haaknaald in de aangegeven st. Garen om de naald en haal een lus op. (Garen om de naald en haal door 2 lussen) 2x {2 lussen op de haaknaald}. 2x garen om de naald en steek de haaknaald in dezelfde st. Garen om de naald en haal een lus op {5 lussen op de haaknaald}. (Garen om de naald en haal door 2 lussen) 2x {3 lussen op de haaknaald}. 2x garen om de naald en steek de haaknaald in dezelfde s. Garen om de naald en haal een lus op {6 lussen op de haaknaald}. (Garen om de naald en haal door 2 lussen) 2x {4 lussen op de haaknaald}. Garen om de naald en haal door alle 4 lussen.

Popcorn Steek
Haak 5 st in dezelfde s/open. Haal de haaknaald uit de laatste s en steek het in het eerste st van de groep van 5 st. Steek de haaknaald weer door de laatste s en haal het door het eerste st.

2st smh (2 stokjes samen haken)
Garen om de naald en steek de haaknaald in de aangegeven s/open. Garen om de naald en haal een lus op {3 lussen op de haaknaald}. Garen om de naald en haal door 2 lussen {2 lussen op de haaknaald}. Garen om de naald en steek de haaknaald in de volg s/open. Garen om de naald en haal een lus op {4 lussen op de haaknaald}. Garen om de naald en haal door 2 lussen {3 lussen op de haaknaald}. Garen om de naald en haal door alle 3 lussen op de haaknaald.

Ddst Bobbel
3x garen om de naald en steek de haaknaald in de aangegeven s. Garen om de naald en haal een lus op. (Garen om de naald en haal door 2 lussen) 3x {2 lussen op de haaknaald}. 3x garen om de naald en steek de haaknaald in dezelfde s. Garen om de naald en haal een lus op {6 lussen op de haaknaald}. (Garen om de naald en haal door 2 lussen) 3x {3 lussen op de haaknaald}. 3x garen om de naald en steek de haaknaald in dezelfde s. Garen om de naald en haal een lus op {7 lussen op de haaknaald}. (Garen om de naald en haal door 2 lussen) 3x {4 lussen op de haaknaald}. Garen om de naald en haal door alle 4 lussen.

V-Steek
(st, 1l, st) in dezelfde s.

Technieken

Magische Ring
Een magische ring is geweldig, omdat je zo een te grote opening in het midden van je haakwerk kunt voorkomen. Wanneer je met een magische ring begint, is het belangrijk dat je de draad heel goed afhecht. Als de draad van de ring los raakt, kan je hele haakwerk uit elkaar vallen (zie Draadjes Afhechten hier onder).

Leg het uiteinde van het garen in je linker handpalm (rechts als je linkshandig bent) en hou het op z’n plaats met je pink en ringvinger. Wind het garen met de klok mee om je wijsvinger zodat het garen dat naar de bol loopt gekruist over het uiteinde komt te liggen en een lus vormt. Haal de lus van je vinger en houd het vast op het punt waar de draden elkaar kruisen.

Steek de haaknaald in de lus, neem de draad die naar de bol loopt met je haaknaald op en haal door de lus. Garen om de naald en haak een losse. Deze losse zet de draad die naar de bol loopt vast. Haak de eerste toer volgens de instructies in de magische ring en let op dat je ook over het uiteinde van de draad haakt. Aan het eind van de toer sluit je de opening in het midden door aan het uiteinde van de draad te trekken!

Steekanatomie
Steken bestaan uit ‘benen’ (de gedeelten die in de steken van de vorige toer zitten) en lussen (de horizontale ‘V’tjes aan de bovenkant van de steken). Voordat je aan dit patroon begint, is het van groot belang dat je weet welke ‘lussen’ bij welke steek of bij welk ‘been’ horen, en vice versa.

Wanneer je met de goede kant (GK) van de laatste toer naar je toe gericht haakt, zitten de lussen van elke steek aan de rechterkant van het been van de steek (links als je linkshandig bent).

Wanneer je met de achterkant (AK) van de laatste toer naar je toe gericht haakt, zitten de lussen van elke steek aan de linkerkant van het been van de steek (rechts als je linkshandig bent).

Stekenaantallen voor de Eerste Zes Ruiten
De eerste zes ruiten worden altijd met de GK naar je toe gehaakt. Om te voorkomen dat ze scheef gaan trekken, hebben sommige latere toeren een ongelijk aantal steken aan de kant na een puntige hoek (Kant A) en de kant voor een puntige hoek (Kant B). In die gevallen worden de stekenaantallen per Kant A en B aangegeven.

Hoeken en de Verstopte Steek
Wanneer je in het rond haakt, worden de hoeken gevormd door een aantal steken in de hoek steek/opening van de vorige toer te haken. Wanneer je meer dan 1 steek in die hoekopening hebt gehaakt (of in een wat voor soort lossenopening dan ook), kunnen de lussen van de eerste steek na de hoek (of lossenopening) soms verstopt zitten.

(NL)-Tips-en-Tricks-5

Als je deze eerste steek mist, zal je stekenaantal nooit kloppen, hoe vaak je ook overnieuw begint. Soms zit de eerste steek na een lossenopening NIET verstopt, maar is gewoon duidelijk zichtbaar. Verstopt of niet, ik zal het steeds aanduiden als een ‘verstopte steek’, zodat je steeds even controleert of je deze steek ook over het hoofd hebt gezien.

Soms moet je de steken even aan de kant schuiven om in die eerste steek te kunnen haken. Met name een hst direct na een lossenopening is een lastige steek om in te haken.

Het Gebruik van Stekenmarkeerders
Af en toe moet je bepaalde steken met een stekenmarkeerder (SM) markeren. Dit is of om je te helpen tellen (je kunt dan na het tellen de SM weghalen), of om je te helpen later een steek terug te kunnen vinden (je laat dan de SM zitten totdat je hem niet meer nodig hebt). Je markeert een steek door de SM door beide lussen van de aangegeven steek te steken (of in de aangegeven opening). Als je niet precies weet welke lussen bij welke steek horen, zie Steekanatomie hier boven.

Als je geen stekenmarkeerders hebt, kun je ook een draadje door de te markeren steek halen. Dat doe ik ook heel vaak!

Staande Steken of Beginsteken
Staande steken (ook wel beginsteken genoemd, maar in dit patroon heten ze staande steken, dus bijv. een staande vaste of een staand stokje) worden gebruikt om een toer met een nieuwe kleur te beginnen (of om op een andere plaats dan waar je de vorige toer geëindigd bent te beginnen). Ze zijn precies hetzelfde als reguliere steken, behalve dat ze ‘in de lucht’ worden gemaakt zonder aan een voorgaande steek vast te zitten. Zet een opzetlus op je haaknaald, houd die met je wijsvinger op z’n plek en haak de aangegeven steek zoals je altijd doet.

Weglaten
Aan het eind van de meeste toeren staat een instructie om de laatste hoeksteken bij de laatste herhaling weg te laten. Dit betekent dat de laatste herhaling eindigt voor de aangegeven hoeksteken, aangezien je die al voor het begin van de herhaling hebt gehaakt.

Van Kleur Wisselen
Je kunt deze methode om een nieuwe kleur of een nieuwe bol aan te hechten midden in een toer gebruiken. Als je bijvoorbeeld bepaalde delen van het patroon in een andere kleur wilt maken, wissel je op deze manier in een toer van kleur:

Je wisselt de kleur bij de laatste garenomslag van de laatste steek voor de kleurwissel. Met andere woorden, stop wanneer je nog 2 lussen op je haaknaald hebt. Laat de oude kleur/bol los en neem de nieuwe kleur/bol op. Haal de nieuwe kleur/bol door beide lussen om de steek af te maken en haak verder.

Sluiten aan het Eind van een Toer/Rij
Om de toer met een hv te sluiten, steek je de haaknaald in de aangegeven s/open en haak je een hv. Wanneer er in de instructies wordt aangeven een hv bovenin de beginlosse te haken, let dan op dat je niet per ongeluk de haaknaald in de eerste steek na de beginlosse steekt.

Sluiten met een hv creëert een extra ‘lus’, dus wanneer je je steken telt, lijkt het alsof je er 1 te veel hebt. In de volgende toer haak je in de steek/losse waar de hv in zit (met andere woorden, de eerste s van de toer). Haak NIET achterin de hv (de sluitsteek). Deze telt niet als s.

Draad Afknippen (Breek Draad)
Wanneer je sluit met een hv, knip je een draad van ongeveer 10 cm af (nadat je de hv hebt gehaakt) en trek je de draad helemaal door de steek. Hecht daarna af (zie Draadjes Afhechten hier onder).

Draadjes Afhechten
Helaas is je haakwerk niet af zonder het afhechten van alle “losse eindjes”. Meestal staat er pas aan het eind van een patroon dat je de draadjes af moet hechten, maar in dit patroon hecht je na elk deel af. Hiervoor heb je een maasnaald (met een stompe punt) en een schaar nodig.

Steek de draad door de naald. Rijg je naald aan de achterkant van het haakwerk door een aantal steken over een lengte van tenminste 2,5 cm. (Als je de draad van de magische ring afhecht, haal het dan door de helft van het aantal steken in de ring). Rijg daarna de andere kant op en sla de eerste steek over, steek de naald weer door dezelfde steken. Het is belangrijk dat je de eerste steek overslaat, omdat de draad daar dan achter blijft zitten. Trek de draad aan en herhaal als je wilt nog een keer zodat je zeker weet dat de draad niet los kan schieten.

Knip de draad af en let op dat je niet per ongeluk in de steken knipt. Als je dit allemaal netjes hebt gedaan, zal de afhechting aan de voorkant niet zichtbaar zijn.

Opspannen of Blocken
Je hoeft de (halve) ruiten en/of deken niet op te spannen (blocken) als je dat niet wilt, maar ik vind dat elk haakwerk van opspannen mooier wordt.

Ik geef er de voorkeur aan de (halve) ruiten voor het aan elkaar zetten op te spannen, zodat ik bij het aan elkaar haken zeker weet dat de naden niet te strak worden. Dit patroon houdt er rekening mee dat je eventueel niet gaat opspannen door een dikkere haaknaald te adviseren voor het aan elkaar haken, dus als je niet wilt opspannen hoeft dat niet.

Als je de deken WEL gaat opspannen, laat je (halve) ruiten/deken dan een paar minuten in water weken. Wring heel voorzichtig het meeste water er uit. Leg je haakwerk tussen twee grote handdoeken en rol ze als een grote sigaar op zodat de handdoeken water kunnen opnemen. Leg daarna je haakwerk op je opspanmatjes, of ander opspanmateriaal, rek tot de juiste afmetingen op en speld vast. Wanneer je je haakwerk opspeld probeer dan punten aan de randen te voorkomen. Ik plaats om de 2,5 cm een speld.

Haal de spelden er uit wanneer alles helemaal droog is en bewonder nu je prachtige haakwerk!

Planning

Het patroon is als volgt opgedeeld:

  • Weken 1 – 3: We gaan de ruiten voor de binnenste ster haken. Je maakt 6 van deze ruiten, elk in een andere Contrastkleur (CK) en met Haaknaald A.
  • Weken 4 – 6: We gaan de halve ruiten haken die de binnenste ster tot een zeshoek maken. Je maakt 6 van deze halve ruiten in de aangegeven kleuren en met Haaknaald A.
  • Week 7: We gaan de (halve) ruiten met de Hoofdkleur (HK) aan elkaar haken met Haaknaald B. We gaan ook met de rand beginnen, ook met de HK maar met Haaknaald A.
  • Weken 8 – 12: We gaan de rand met Haaknaald A in de aangegeven kleuren afmaken.
Tutorial delen
Sluiten Taal