Nederlands
Menu
139
Categorie Vrouwen
Aanbevolen garen Pittsburgh , Merino Soft
Techniek Breien
Maten 36/38 - 40/42 - 44/46
Patroon delen

Damesvest van Pittsburgh en Merino Soft

By Scheepjes

Materiaal: Scheepjes Pittsburgh fuchsia (9190) 5–5–6 bollen, Merino Soft Matisse (635) 4–5–5 bollen, breinaalden nummer 3½ en 4½.

Stekenverhouding: 15 steken en 24 naalden met Pittsburgh en breinaalden nummer 4½ in lussenpatroon en 22 steken en 26 naalden met breinaalden nummer 3½ en Merino Soft in tricotsteek gebreid, zijn 10 x 10 cm. Controleer dit en gebruik indien nodig andere naalden.

Gebruikte steken:

Lussenpatroon (deelbaar door 2):
1e naald (verkeerde kant): Recht.
2e naald: *1 recht, 1 recht en de steek op de linkernaald houden,draad voor de naald halen, om de duim halen en een lus van ongeveer 4 cm maken, draad achter de naald brengen en brei de steek op de linkernaald nogmaals, steek laten afglijden, 1 omslag, de 2 gebreide steken over de omslag halen (=1 lus), herhaal vanaf * tot laatste 2 steken, 2 recht.
3e naald: Recht.
4e naald: 2 recht, *1 lus, 1 recht, herhaal vanaf * tot eind.
Herhaal steeds deze 4 naalden.

Boordsteek: Afwisselend 2 steken recht en 2 steken averecht.

Tricotsteek: Recht op de goede, averecht op de verkeerde kant.

Werkwijze:

Rugpand: Zet 68–74–80 steken op met breinaalden nummer 4½ en Pittsburgh en brei lussenpatroon. Minder voor de taille 3x aan beide kanten van elke 12e naald 1 steek, = 62–68–74 steken. Meerder vanaf 28 cm hoogte aan beide kanten 1 steek, = 64–70–76 steken. Kant bij 39–38–37 cm hoogte voor de armsgaten aan beide kanten 2 steken af en in de 2e volgende naald aan beide kanten 1 steek. Kant bij 56 cm hoogte voor de hals de middelste 16–16–18 steken af en brei beide kanten apart verder. Kant aan de halskant in de 2e volgende naald nog 7 steken af. Kant bij 58 cm hoogte de overige 14–17–19 steken af voor de schouders.

Rechter voorpand: Zet 22–24–28 steken op met breinaalden nummer 4½ en Pittsburgh en brei lussenpatroon. Minder en meerder aan de zijnaad als bij het rugpand. Meerder aan de sluitkant 8–9–8x in elke 4e naald 1 steek, brei de gemeerderde steken in lussenpatroon. Minder bij 28 cm hoogte voor de schuine kant van de hals 1 steek als volgt: 1 kantsteek, 2 steken verdraaid recht samen breien en brei verder. Minder hierna nog 10–10–11x in afwisselend elke 4e en 6e naald. Kant bij 58 cm hoogte de overige 14–17–19 steken af voor de schouder.

Linker voorpand: Brei het rechter voorpand in spiegelbeeld. Minderingen voor de hals: Brei de naald tot er nog 3 steken op de naald staan, 2 steken recht samen breien, 1 kantsteek.

Mouwen: Zet 42–46–46 steken op met breinaalden nummer 3½ en Merino Soft en brei 6 cm boordsteek, meerder in de laatste teruggaande naald verdeeld tot 44–46–48 steken. Brei verder in tricotsteek en meerder voor de mouwwijdte 14–15–16x aan beide kanten van elke 6e–6e–5e naald 1 steek, = 72–76–80 steken. Kant bij 46 cm hoogte voor de mouwkop aan beide kanten 3 steken af. Kant hierna aan beide kanten van elke 2e naald nog 1 x 2, 5 x 1, 1 x 2 en 1 x 3 steken af. Kant de overige 42–46–50 steken af.

Afwerking: Sluit de schoudernaden. Neem langs de voorpanden en achterhals met breinaalden nummer 3½ en Merino Soft steken op (26 steken per 10 cm en deelbaar door 4 + 2) en brei 3 cm boordsteek. Kant in boordsteek af. Zet de mouwen aan, het midden van de mouw komt tegen de schoudernaad. Sluit de mouw– en zijnaden.

139
139
Ga terug naar patronen overzicht
Andere patronen door Scheepjes
Sluiten Taal