Nederlands
Menu
322 (1)
Categorie Vrouwen
Aanbevolen garen Merino Soft
Techniek breien
Maten 36/38 - 40/42 - 44/46
Patroon delen

Damesvest van Merino Soft

By Scheepjes

Materiaal: Scheepjes Merino Soft rood (623) 11–12–12 bollen, zalm (602) 1 bol, ecru (642) 1 bol, breinaalden 3 en 4, 3 knopen.

Stekenverhouding: 22 steken en 26 naalden in tricotsteek gebreid met naalden, is 10 x 10 cm. Controleer dit en gebruik indien nodig andere naalden.

Gebruikte steken:

Tricotsteek: Recht op de goede, averecht op de verkeerde kant.

Ribbel: 1 naald averecht op de goede kant.

Dubbel rechtsteek: Op de goede kant van het werk de naald niet in de ‘gewone’ steek steken, maar in de steek die daar direct onder zit.
Motieven inbreien volgens teltekening of opmazen. Bij inbreien aparte bolletjes gebruiken, sla bij het wisselen van de kleur de draden om elkaar om gaatjes te voorkomen.
Begin het op het voorpand 2–11–4 steken naast de omslag en 2 naalden boven de onderste omslag.
Laat de rand doorlopen naar het achterpand. Het witte onderste en bovenste randje door laten lopen tot de omslag.
Op de mouw het patroon 2 naalden boven de omslag vanuit het midden (M) inbreien of opmazen.

Verklaring tekens teltekening: Open hokje is donkerrood, x = is oranje, o = wit.

Werkwijze:

Rugpand: Zet 106–114–122 steken op met breinaalden 3 en donkerrood, brei 5 cm tricotsteek, brei 1 ribbel en ga verder met breinaalden 4 in tricotsteek. Kant bij een hoogte van 41 cm. Vanaf de ribbel voor de armsgaten aan beide kanten 1 x 2 en 2 x 1 steken af in elke 2e naald. Brei verder tot een hoogte van 58–59–60 cm vanaf de ribbel. Kant de middelste 48–52–56 steken af voor de hals en brei beide kanten apart verder. Kant aan de halskant in de volgende 2e naald nog 1 x 2 steken af. Kant bij 60–61–62 cm hoogte vanaf de ribbel de overige steken voor de schouders af.

Rechter voorpand: Zet 58–63–68 steken op met breinaalden 3 en donkerrood, brei 5 cm tricotsteek, brei 1 ribbel en ga verder met breinaalden 4 in tricotsteek tot 5 cm hoogte vanaf de ribbel. Zet 11 steken op aan het begin van de naald voor de omslag. Brei de 11e steek in dubbel rechtsteek. Op een hoogte van 34 cm vanaf de ribbel voor de hals als volgt minderen: 20–23–26 x 1 steek in om en om elke 2e en 4e naald. Maak de minderingen op 2 steken na de dubbel rechtsteek. Brei het armsgat op dezelfde hoogte als bij het rugpand. Kant de steken voor de schouder op dezelfde hoogte af als bij het rugpand. Brei de omslag voor de halsbies op dezelfde wijze verder tot een hoogte van 72–74–76 cm vanaf de ribbel. Kant 8 steken af en in elke volgende 2e naald nog 1 x 8 en 1 x 7 steken.

Linker voorpand: Brei dit in spiegelbeeld, echter zonder knoopsgaten.

Mouwen: Zet 44–48–52 steken op met breinaalden 3 en donkerrood en brei eenzelfde omslag als bij de panden. Meerder na 5 cm vanaf de ribbel voor de mouwwijdte 18x aan beide kanten van elke 6e naald 1 steek. Kant bij 48 cm hoogte vanaf de ribbel voor de mouwkop aan beide kanten 2 steken af. Kant in elk volgende 2e naald nog 3 x 1, 1 x 2 en 1 x 6 steken af. Kant de overige steken af.

Afwerking: Sluit de schoudernaden. Naai het halsbeleg midden achter aan elkaar, naai het tegen de achterhalsrand. Sla het beleg om (de vouw komt op de dubbel rechtsteek) en naai het vast. Sluit de zijnaden. Maas eventueel de patronen op. Sla het beleg aan de onderzijde om (de vouw komt op de ribbel) en naai het vast. Naai de mouwen aan de panden. Het midden van de mouw komt tegen de schoudernaad. Sluit de mouwnaad, sla het beleg om en naai het vast. Zet de knopen aan.

322
322
322
Ga terug naar patronen overzicht
Andere patronen door Scheepjes
Sluiten Taal