Nederlands
Menu
5226
Categorie Vrouwen
Aanbevolen garen Merino Soft
Techniek Breien
Maten 36/38 – 40/42 – 44/46
Patroon delen

Damesvest en -hemdje van Merino Soft

By Scheepjes

Materiaal: Voor het vest Scheepjes Merino Soft Rothko (623) 8–9–9 bollen, wit Malevich (600) 1 bol, voor het hemdje: Merino Soft Rothko (623) 6–6–6 bollen, breinaalden nummer 3½ of 4.

Stekenverhouding: 22 steken en 26 naalden in tricotsteek gebreid, zijn 10 x 10 cm. Controleer dit en gebruik indien nodig andere naalden.

Gebruikte steken:

Boordsteek: Afwisselend 2 steken recht en 2 steken averecht.

Averechte tricotsteek: Averecht op de goede, recht op de verkeerde kant.

Tricotsteek: Recht op de goede, averecht op de verkeerde kant.

Jacquardpatroon: Inbreien volgens teltekeningen A en B. Elk ruitje is 1 steek breed en 1 naald hoog. Open hokje = Rothko, x = wit . Teltekening C = opmazen met wit.

Kabel: Brei volgens teltekening D. Alleen de heengaande naalden zijn aangegeven, de teruggaande naalden breien zoals de steken zich voordoen. -- = averecht, open hokje = recht, \ = 4 steken op een hulpnaald voor het werk zetten, de volgende 4 steken recht breien, dan de 4 steken van de hulpnaald recht breien.

Werkwijze vest:

Rugpand: Zet met Rothko 102–110–118 steken op en brei 6 cm boordsteek en aansluitend 4 naalden averechte tricotsteek. Brei verder in tricotsteek. Kant bij 22 cm hoogte voor de armsgaten 1 x 3, 1–2–3 x 2 en 2 x 1 steken af aan beide kanten van elke 2e naald. Kant bij 40–41–42 cm hoogte voor de hals de middelste 28–30–32 steken af en brei beide kanten apart verder. Kant aan de halskant nog 1 x 6 steken af in de 2e naald. Kant bij 42–43–44 cm hoogte de overige 24–25–26 steken af voor de schouders.

Rechter voorpand: Zet met Rothko 46–50–54 steken op en brei 6 cm boordsteek, meerder in de laatste teruggaande naald 1 steek = 47–51–55 steken. Brei 4 naalden averechte tricotsteek, teltekening A en verder met Rothko in tricotsteek tot 27–28–29 cm hoogte. Minder ondertussen voor het armsgat als bij het rugpand. Brei nu teltekening B. Brei 1x het gehele telpatroon en herhaal aansluitend steeds de laatste 4 naalden. Kant bij 35–36–37 cm hoogte voor de hals 1 x 5–6–7, 1 x 3, 2 x 2 en 4 x 1 steken af in elke 2e naald. Kant de steken voor de schouder op dezelfde hoogte af als bij het rugpand.

Linker voorpand: Brei het rechter voorpand in spiegelbeeld.

Mouwen: Zet met Rothko 46–46–50 steken op en brei 6 cm boordsteek, meerder in de laatste teruggaande naald voor maat 40/42 tot 48 steken. Brei 4 naalden averechte tricotsteek en aansluitend 1x de eerste 5 naalden van teltekening B. Brei verder met Rothko in tricotsteek. Meerder vanaf het boord voor de mouwwijdte 13–14–16 x 1 steek aan beide kanten van elke 7e–7e–6e naald. Kant bij 46 cm hoogte voor de mouwkop 1 x 3, 1 x 2, 9–10–11 x 1, 1 x 2 en 1 x 3 steken af aan beide kanten van elke 2e naald. Kant de overige steken af.

Afwerking: Maas op het rechter voorpand, in het midden van het Rothko gedeelte, teltekening C. Maas op het linker voorpand de teltekening in spiegelbeeld. Sluit de schoudernaden. Neem met Rothko langs de hals circa 90–94–98 steken op en brei 4 naalden averechte tricotsteek en aansluitend 4 cm boordsteek. Kant in boordsteek af. Neem langs de voorpanden met Rothko circa 98–100–102 steken op en brei 4 cm boordsteek. Kant in boordsteek af. Zet de mouwen aan, het midden van de mouw komt tegen de schoudernaad. Sluit de zij- en mouwnaden.

Werkwijze hemdje:

Rugpand: Zet met Rothko 94–102–110 steken op en brei 6 cm boordsteek. Brei verder in tricotsteek. Minder voor de taille 2 x 1 steek aan beide kanten van elke 8e–9e–10e naald. Meerder vanaf 14–15–16 cm hoogte 2 x 1 steek aan beide kanten van elke 16e naald. Kant bij 35 cm hoogte voor de armsgaten 1 x 3, 2–3–4 x 2 en 8 x 1 steek af aan beide kanten van elke 2e naald. Brei op 40–41–42 cm hoogte verder in boordsteek tot 44–45–46 cm hoogte. Kant in boordsteek af.

Voorpand: Zet met Rothko 94–102–110 steken op en brei 6 cm boordsteek, meerder in de laatste teruggaande naald tot 101–109–117 steken. Brei verder in de volgende indeling: 8–9–13 steken tricotsteek, *10 steken teltekening D, 15–17–17 steken tricotsteek, herhaal vanaf *, eindig met 8–9–13 steken tricotsteek. Minder en meerder aan de zijnaden als bij het rugpand. Minder voor de armsgaten als bij het rugpand. Om de juiste breedte te behouden bij elke kabel in de laatste naald 2 x 2 steken samenbreien (tijdens het afkanten of het overgaan van kabel in boordsteek). Brei bij 40–41–42 cm hoogte verder in boordsteek tot 44–45–46 cm hoogte. Kant in boordsteek af.

Afwerking: Neem langs het armsgat van het linker voorpand met Rothko 28–32–36 steken op, zet 46 steken op de naald erbij en neem nog 28–32–36 steken. op langs het armsgat van het rugpand. Brei over alle steken 4 cm boordsteek. Kant in boordsteek af. Brei aan de andere kant eenzelfde bies. Sluit de zijnaden.

5226
5226
5226-2
Ga terug naar patronen overzicht
Andere patronen door Scheepjes
Sluiten Taal