Nederlands
Menu
5613 (1)
Categorie Vrouwen
Aanbevolen garen Silvi
Techniek Trui
Maten 36/38 - 40/42 - 44/46
Patroon delen

Damestrui van Silvi

By Scheepjes

Materiaal: Scheepjes Silvi zwart (11) 5–5–6 bollen, ecru (14) 1 bol, grijs (12) 1 bol, breinaalden en rondbreinaald nummer 8.

Stekenverhouding: 10 steken en 15 naalden in tricotsteek gebreid, zijn 10 x 10 cm. Controleer dit en gebruik indien nodig andere naalden.

Gebruikte steken:

Boordsteek: Afwisselend 2 steken recht en 2 steken averecht.

Tricotsteek: Recht op de goede, averecht op de verkeerde kant.

Jacquardpatroon: Brei volgens telpatroon. Elk ruitje is 1 steek breed en 1 naald hoog. De met een X gemerkte steken worden gebreid met ecru of grijs, de open ruitjes met zwart. M = midden van het werk.

Werkwijze:

Rugpand: Zet met zwart 50–54–58 steken op de breinaalden en brei 7 cm boordsteek, meerder in de laatste teruggaande naald 1 steek. Brei verder in tricotsteek. Brei na 2 naalden als volgt verder: 1x het telpatroon en brei de met een X gemerkte steken met ecru, begin na de kantsteek bij A–B–C op het telpatroon, brei met zwart verder tot 25 cm totale hoogte, 1x het telpatroon en brei de met een X gemerkte steken met grijs en brei verder met zwart. Kant bij 42 cm hoogte voor de raglan aan beide kanten 2 steken af. Kant aan beide kanten van elke volgende 2e naald nog 3–4–5 x 1 steek af. Laat de overige steken rusten.

Voorpand: Brei als het rugpand en minder voor de raglan als bij het rugpand. Brei bij 43–44–45 cm hoogte de hals als volgt in verkorte toeren: Brei tot de middelste 13–15–17 steken, keer, maak een omslag en brei de teruggaande naald. Brei in de volgende naald tot 7 steken voor de middelste steken, keer, maak een omslag en brei de teruggaande naald. Brei in de volgende naald de eerste overgebleven steken en knip de draad af. Zet de rustende steken op de rechternaald en brei na de middelste steken in spiegelbeeld. Laat hierna alle steken rusten.

Mouwen: Zet met zwart 22 steken op de breinaalden en brei 7 cm boordsteek, meerder in de laatste teruggaande naald verdeeld tot 23–25–25 steken. Brei verder in tricotsteek en patroon als bij de panden. Tel voor de te beginnen steek steeds vanaf het midden van het telpatroon. Meerder voor de mouwwijdte vanaf het boord 6–6–7 x 1 steek aan beide kanten van elke 7e–7e–6e naald. Minder bij 42 cm hoogte voor de raglan als bij de panden. Laat de overige steken rusten.

Afwerking: Brei met zwart en de rondbreinaald in tricotsteek de steken van het rugpand, de laatste steek recht samenbreien met de 1e steek van een mouw, brei de steken van de mouw, de laatste steek weer samenbreien met de 1e steek van het voorpand, brei de steken van het voorpand, hierbij de omslagen van de vorige toer met de voorgaande of volgende steek samenbreien (dit is om gaatjes te voorkomen, de omslagen van de eerste helft van het pand samenbreien met de voorgaande steek en de omslagen van de tweede helft van het pand samenbreien met de volgende steek), de laatste steek van het voorpand weer samenbreien met de 1e steek van de mouw, brei de steken van de mouw, de laatste steek samenbreien met de 1e steek van het rugpand, = 128–132–136 steken. Brei 1x het telpatroon en brei de met een X gemerkte steken met ecru, minder hierbij in de 1e toer verdeeld 8–0–4 steken, = 120–132–132 steken. Minder in de eerste toer na het telpatroon verdeeld 13–11–11 steken, = 107–121–121 steken. Brei verder met zwart en minder in elke volgende 2e toer nog 7 x 9–11–11 steken, = 44 steken. Brei over deze 44 steken nog 5 toeren boordsteek en kant soepel in boordsteek af. Sluit de raglannaden op een halve steek. Sluit de mouw- en zijnaden.

5613
5613
Ga terug naar patronen overzicht
Andere patronen door Scheepjes
Sluiten Taal