Nederlands
Menu
112
Categorie Vrouwen
Aanbevolen garen Highlands
Techniek Breien
Maten 36/38 - 40/42 - 44/46
Patroon delen

Damestrui van Highlands

By Scheepjes

Materiaal: Scheepjes Highlands bruin (502) 3–4–4 bollen, mosterdgroen (508) 5–5–6 bollen, breinaalden nummer 5½–6 met en zonder knop.

Stekenverhouding: 14 steken en 19 naalden in tricotsteek gebreid, zijn 10 x 10 cm. Controleer dit en gebruik indien nodig andere naalden.

Gebruikte steken:

Tricotsteek: Recht op de goede, averecht op de verkeerde kant.

Kabel: Brei volgens teltekening. Alleen de heengaande naalden zijn aangegeven, de teruggaande naalden breien zoals de steken zich voordoen. X = averecht, open ruitje = recht, / = 4 steken naar rechts kruisen: Zet 1 steek op een hulpnaald achter het werk, brei de volgende 3 steken recht, dan de steek van de hulpnaald recht breien, \ = 4 steken naar links kruisen: Zet 3 steken op een hulpnaald voor het werk, brei de volgende steek recht, dan de 3 steken van de hulpnaald recht breien, / (kort) = 3 steken naar recht kruisen: Zet 1 steek op een hulpnaald achter het werk, brei de volgende 2 steken recht, dan de steek van de hulpnaald recht breien, \ (kort) = 3 steken naar links kruisen: Zet 2 steken op een hulpnaald voor het werk, brei de volgende steek recht, dan de 2 steken van de hulpnaald recht breien, trapje naar rechts = 2 steken naar rechts kruisen: Brei de 2e steek voor de 1e steek langs recht, dan de 1e steek recht breien en beide steken laten afglijden, trapje naar links = 2 steken naar links kruisen: Brei de 2e steek achter de 1e steek langs recht, dan de 1e steek recht breien en beide steken laten afglijden.

Werkwijze: Het rug- en voorpand worden overdwars gebreid, waarin de kabels met een andere kleur worden gebreid. Gebruik aparte bollen en sla bij het wisselen van kleur de draden om elkaar om gaatjes te voorkomen.

Rugpand: Zet met bruin 8 steken op, 12 steken met mosterd, 11 steken met bruin, 12 steken met mosterd, 11 steken met bruin, 12 steken met mosterd en 16 steken met bruin, = 82 steken en brei op de bruine steken in tricotsteek en op de mosterd steken de 12 steken kabel (de 1e naald = verkeerde kant, dus 2 steken recht, 8 steken averecht, 2 steken recht). Brei verder in deze indeling en begin voor het kabelpatroon met de 7e–3e–17e naald op de teltekening. Kant bij 13–15–17 cm hoogte voor de hals aan de linkerkant 1 steek af en minder nog 3x in elke 2e naald 1 steek. Brei vanaf 25–27–29 cm hoogte de hals in spiegelbeeld, dat wil zeggen brei eenzelfde aantal naalden zonder minderen en meerder daarna 4 x 1 steek. Brei hierna weer over alle steken verder in dezelfde indeling tot 48–52–56 cm hoogte, = 92–98–106 naalden. Kant in patroon af, waarbij boven de kabels verdeeld 2 steken worden geminderd, door 2 x 2 steken samen te breien.

Voorpand: Brei het voorpand in spiegelbeeld. Kant bij 13–15–17 cm hoogte voor de hals aan de rechterkant 2 steken af, in de 2e volgende naald nogmaals 2 steken en 4x in elke volgende 2e naald 1 steek. Brei vanaf 25–27–29 cm hoogte de hals in spiegelbeeld. Brei tot dezelfde hoogte als het rugpand en kant af als bij het rugpand.

Mouwen: Zet met mosterd 30–30–32 steken op en brei 7 cm boordsteek. Brei verder in tricotsteek en meerder voor de mouwwijdte 11–13–13x aan beide kanten van elke 6e–5e–5e naald 1 steek, = 52–56–58 steken. Kant bij 48 cm hoogte alle steken soepel af.

Afwerking: Span de delen op maat en laat deze onder een vochtige doek drogen. Sluit de schoudernaden. Neem met naalden zonder knop en mosterd rond de hals 74 steken op en brei 18 cm tricotsteek. Kant soepel af. Zet de mouwen aan over een breedte van 36–38–40 cm, met de schoudernaad in het midden. Sluit de mouw– en zijnaden. Neem langs de onderkant van de trui met bruin en naalden zonder knop 136–144–156 steken op en brei 3 cm boordsteek in het rond. Kant in boordsteek af.

112
112
Ga terug naar patronen overzicht
Andere patronen door Scheepjes
Sluiten Taal