Nederlands
Menu
5627
Categorie Kinderen
Aanbevolen garen Ambiance , Novello
Techniek Cardigan
Maten 116/122 - 128/134 - 140/146
Patroon delen

Meisjescardigan van Ambiance of Novello

By Scheepjes

Materiaal: Ambiance rood (112) 5–6–6 bollen of in de kwaliteit Novello, breinaalden nummer 7 met en zonder knop.

Stekenverhouding: 11 steken en 15 naalden in tricotsteek gebreid, zijn 10 x 10 cm. Controleer dit en gebruik indien nodig andere naalden.

Gebruikte steken:

Boordsteek: Afwisselend 2 steken recht en 2 steken averecht.

Patroonsteek: *4 naalden tricotsteek, 2 naalden recht, herhaal vanaf *.

Tricotsteek: Recht op de goede, averecht op de verkeerde kant.

Kabel over 10 steken: Brei volgens teltekening. Alleen de heengaande naalden zijn aangegeven, de teruggaande naalden breien zoals de steken zich voordoen. X = averecht, open hokje = recht, = zet 2 steken op een hulpnaald voor het werk, brei de volgende 2 steken recht, dan de 2 steken van de hulpnaald recht breien.

Werkwijze:

Rugpand: Zet 42–42–46 steken op en brei 5 naalden boordsteek, minder in de laatste naald voor maat 40/42 tot 44 steken. Brei verder in patroonsteek. Minder op 24 cm hoogte aan beide kanten 1 steek. Kant bij 42–45–48 cm hoogte voor de armsgaten aan beide kanten 1 steek af. Minder nog 1 x 1 steek aan beide kanten van de volgende 2e naald. Kant bij 54–58–62 cm hoogte voor de hals de middelste 16 steken af en brei beide kanten apart verder tot 56–60–64 cm hoogte. Kant af.

Rechter voorpand: Zet 22 steken op en brei 5 naalden boordsteek, minder in de laatste teruggaande naald tot 20–21–22 steken. Brei verder in de volgende indeling: 7 steken patroonsteek, brei op de volgende 8 steken de kabel, hierbij wordt dus verdeeld 2 steken gemeerderd, brei de laatste 6–7–7 steken in patroonsteek. Minder aan de zijnaad als bij het rugpand. Minder bij 36–38–40 cm hoogte voor de schuine kant van de hals 7 x 1 steek in elke 4e naald. Minder als volgt: 1 kantsteek, 2 steken gedraaid samenbreien. Minder voor het armsgat als bij het rugpand. Kant de steken voor de schouder op dezelfde hoogte af als bij het rugpand, hierbij boven de kabel verdeeld 2 steken samenbreien.

Linker voorpand: Brei het rechter voorpand in spiegelbeeld. Minderingen voor de hals: Brei de laatste 2 steken voor de kantsteek samen.

Mouwen: Zet 22 steken op en brei 5 cm boordsteek, meerder in de laatste teruggaande naald tot 22–24–24 steken. Brei verder in tricotsteek en meerder voor de mouwwijdte 5–5–6 x 1 steek aan beide kanten van elke 6e naald. Kant bij 28–31–35 cm hoogte voor de mouwkop aan beide kanten 1 steek af. Kant in elke volgende 2e naald nog 2 x 1, 1 x 2 en 1 x 3 steken af. Kant de overige steken af.

Ceintuur: Zet 6 steken op en brei 110–118–126 cm boordsteek. Kant af.

Afwerking: Sluit de schoudernaden. Neem langs de voorpanden en hals, op de verkeerde kant van het werk, steken op (12 steken per 10 cm en deelbaar door 4 + 2) en brei 6–7–8 cm boordsteek. Kant soepel in boordsteek af. De bies wordt naar buiten omgeslagen. Zet voor een lusje (4x) 3 steken op een naald zonder knop en brei recht. Keer niet. Schuif de steken weer naar het begin van de naald, trek de draad aan en brei weer recht, herhaal dit steeds, hierdoor ontstaat een koordje. Kant na 5 cm af. Naai de lusjes op 27–29–31 cm hoogte op de panden, op elk voorpand 1 naast de buitenkant van de kabel, 2 verdeeld op het rugpand.

5627
5627
Ga terug naar patronen overzicht
Andere patronen door Scheepjes
Sluiten Taal