Nederlands
Menu
4105
Categorie Baby
Aanbevolen garen Softfun
Techniek breien
Maten 68/74 - 80/86 - 92/98
Patroon delen

Poncho, muts en wantjes van Softfun

By Scheepjes

Materiaal: Scheepjes Softfun roze (2480) 4–4–5 bollen, 3 knopen. Breinaald nummer 4 en haaknaald nummer 4.

Stekenverhouding: 20 steken en 30 naalden in patroonsteek gebreid, zijn 10 x 10 cm. Controleer dit en gebruik indien nodig andere naalden.

Gebruikte steken:

Boordsteek: Afwisselend 2 steken recht en 2 steken averecht.

Patroonsteek: Brei volgens teltekening. v = in heengaande naald in dezelfde steek 1 recht, 1 averecht, 1 recht breien, X = 3 steken tricotsteek, ^ = in teruggaande naald 3 steken averecht samenbreien, open hokje = averechte tricotsteek.

Tricotsteek: Recht op de goede, averecht op de verkeerde kant.

Averechte tricotsteek: Averecht op de goede, recht op de verkeerde kant.

Werkwijze Poncho:

Rugpand: Zet 106–114–122 steken op en brei 2½ cm boordsteek, minder in de laatste naald verdeeld tot 90–96–102 steken. Brei verder in patroonsteek en minder hierbij 11 x 1 steken aan beide kanten van elke 4e–5e–6e naald. Minder bij 19½–22–24½ cm hoogte als volgt: 1 kantsteek, 1 dubbele mindering (= 1 steek afhalen, 2 steken samenbreien en de afgehaalde steek overhalen), brei de naald uit tot er nog 4 steken op de naald staan, 1 dubbele mindering (= 2 steken samenbreien, deze steek weer op de linkernaald zetten, de volgende steek op de linkernaald hier over heen halen en de steek weer op de rechternaald zetten), 1 kantsteek. Herhaal deze minderingen nog 8–9–9x in elke 2e naald. De overgebleven 32–34–38 steken voor de hals afkanten.

Rechter voorpand: Zet 58–62–66 steken op en brei 2½ cm boordsteek, minder in de laatste naald verdeeld tot 49–53–55 steken (niet in de laatste 6 steken minderen). Brei verder in de volgende indeling: 6 steken boordsteek voor de sluitbies, 43–47–49 steken patroonsteek. Minder aan de linkerkant als bij het rugpand. Brei op 5 cm hoogte voor de opening van de handen over de eerste 19–21–23 steken tot 12–13–14 cm hoogte en laat deze steken rusten. Brei op de laatste steken tot dezelfde hoogte en hierna over alle steken. Brei op 13–15–17 en 20–23–26 cm hoogte in de sluitbies een knoopsgat. Kant hiervoor de 4e steek af en zet deze er in de volgende naald weer bij op. Zet bij 24–27–30 cm hoogte de 6 steken van de sluitbies op een stekenhouder en kant voor de hals nog 1 x 8–10–12, 1 x 3, 1 x 2 en 1 x 1 steken af in elke 2e naald.

Linker voorpand: Brei dit in spiegelbeeld, zonder knoopsgaten.

Afwerking: Sluit de zijnaden. Brei de steken van de stekenhouder van het rechter voorpand, neem langs de hals 58–66–74 steken op en brei aansluitend de steken van de stekenhouder van het linker voorpand. Brei over alle steken nog 5–6–7 cm boordsteek. Brei in de rechter sluitbies op 3–4–5 cm boordhoogte nog een knoopsgat. Kant alle steken in boordsteek af. Naai de knopen aan. Haak een toer vasten rond de openingen van de handen.

Werkwijze muts: Zet 82–88–94 steken op en brei 2½ cm boordsteek, meerder in de laatste naald verdeeld tot 90–96–102 steken. Brei verder in patroonsteek. Minder op 7–8–9 cm hoogte verdeeld over de naald 12–13–14 steken. Minder zoveel mogelijk tussen de noppen. Herhaal deze minderingen nogmaals in de volgende 6e–6e–4e–4e en 2e naald. In de 2e volgende naald als volgt breien: 1 kantsteek, steeds 2 steken samenbreien, eindig met een kantsteek. Haal door de overige steken een draad, trek aan en hecht af.

Werkwijze wantjes:

Rechterwant: Deze wordt in heen- en teruggaande naalden gebreid, alleen de duim wordt in het rond gebreid. Zet 30–32–34 steken op met naald nummer 3½ en brei 3–4–5 cm boordsteek, brei verder in tricotsteek. Meerder in de 3e naald vanaf de boord geteld voor de duim als volgt: Brei 16–17–18 steken, 1 steek recht meerderen uit het dwarslusje, 2 steken recht, meerder uit het dwarslusje 1 steek, brei de naald uit (= 32–34–36 steken). 4e naald: Brei zoals de steken zich voordoen. 5e naald: 16–17–18 steken breien, meerder uit het dwarslusje 1 steek, 4 steken recht, meerder uit het dwarslusje 1 steek, brei de naald uit (= 34–36–38 steken). 6e naald: Brei zoals de steken zich voordoen. Meerder op deze wijze in de 7e naald nog 2 steken (= 36–38–40 steken 8e naald: Brei zoals de steken zich voordoen. 9e naald: 16–17–18 steken breien, zet de volgende 8 steken op een stekenhouder en zet hiervoor in de plaats 2 nieuwe steken op, brei de naald uit (= 30–32–34 steken). Brei over deze 30–32–34 steken verder tot 24–28–32 naald vanaf de boord geteld, deel het werk in tweeën en brei elk deel apart verder. Brei over de eerste 15–16–17 steken als volgt: 1e naald: 2 steken afkanten, naald uitbreien. Brei de 2e, 3e en 4e naald als de 1e naald. Kant de resterende steken doepel af. Brei over de laatste 15–16–17 steken op dezelfde wijze. Neem met naald zonder knop de steken van de stekenhouder, brei uit de 2 nieuw opgezette steken 1–2–3 steken (= 9–10–11 steken). Brei 8–8–10 naald tricotsteek, haal dan een draad door de steken, trek deze strak aan en hecht af. Sluit de zijnaad van de want.

Linkerwant: Brei dit in spiegelbeeld.

4105
4105
4105
Ga terug naar patronen overzicht
Andere patronen door Scheepjes
Sluiten Taal