Nederlands
Menu
020-scheepjes-20161213-2353
CAL 2017

Week 13: Joining

week_13_schema

Materialen

  • Dancing in the Sea: 1 x bol Merino Soft Da Vinci (606) of 1x bol Colour Crafter Ermelo (1710)
  • Dancing in the Rain: 1x bol Merino Soft Michelangelo (603) of 1x bol Colour Crafter Heerenveen (1203)
  • Dancing under the Stars: 1 x bol Merino Soft Rembrandt (609) of 1 x bol Colour Crafter Veendam (1004)
  • Haaknaald (*info: we raden aan haaknaald maat 5,5 mm te gebruiken voor de joining. Afhankelijk van je draadspanning kan het nodig zijn om een andere maat haaknaald te gebruiken.)
  • Stekenmarkeerders

Joinen van de motieven

Volgorde van de motieven: Zie schema

Stap 1: Verticale joining

  • Neem de 2 motieven rechts bovenaan (zie schema): 1 ‘W10’ motief en 1 ‘W3’ motief. Leg beide motieven naast elkaar, met 2 zijden tegen elkaar.
  • Kijk nu naar de vasten-rand rond elk motief. Elke steek heeft 2 lussen, de voorste lus (de lus die naar je toe ligt), en de achterste lus (die naar de tafel waarop je werkt gericht is). Deze achterste lus noemen we vanaf nu ‘BINNENSTE LUSSEN’. Je gebruikt ENKEL deze BINNENSTE LUSSEN voor de joining.
  • Gebruik een grotere maat haaknaald, om een losse rekbare steek te verkrijgen, zodat je deken niet gaat trekken. Dit is heel belangrijk.
  • 2 motieven joinen: je begint in de steek onder die met de contrastdraad, en je eindigt in de steek met de contrastdraad, dit betekent dat je telkens 29 steken zal joinen.
    Neem je garen en je haaknaald. Maak een halve vaste op de haaknaald. Steek de haaknaald van voor naar achter in de binnenste lus van de eerste steek. Vervolgens steek je de haaknaald in de binnenste lus (ook van voor naar achter) in de eerste steek van het andere motief. Haal nu door alle lussen (je draad zit aan de achterkant van je werk, dit hoort zo!).
    Haak nu de volgende steek: steek je haaknaald opnieuw van voor naar achter in de volgende binnenste lus van het eerste vierkant, vervolgens doe je hetzelfde in de binnenste lus van het volgende motief en haal door alle 3 de lussen. Zorg ervoor dat je steken mooi gelijkmatig en los zijn, zodat je een rekbare steek verkrijgt. Haak op deze manier verder, steek voor steek, tot de eerste 2 vierkant klaar zijn. KNIP DE DRAAD NIET AF.
    Neem de volgende 2 motieven: ‘W11’ en ‘W2’. Leg aan de linkerzijde ‘W2’ naast ‘W3’ en ‘W11’ naast ‘W10’. Leg ze op dezelfde manier naast elkaar, zoals je bij de eerste 2 motieven deed. Ga nu gewoon verder met joinen in de binnenste lussen, en zorg ervoor dat de eerste 2 motieven (W3 en W10) niet gedraaid zijn. Je zal merken dat de eerste steek een beetje moeilijk is, omdat daar de overgang zit tussen de eerste 2 en volgende 2 motieven. Zorg voor een gelijke draadspanning, dan wordt je eerste steek even groot (let er dus op dat deze steek niet te groot of te klein uitvalt). Zorg er ook voor dat de draad aan de achterkant van je werk is. Join nu op dezelfde manier als de eerste 2 motieven.

Stap 2: Verticale joining

Join de volgende verticale rijen 2-3-4 en 5 op dezelfde manier. Als deze rijen klaar zijn, heb je een deken waar alle motieven aan elkaar bevestigd zijn met enkel verticale rijen. De volgende stap is nu het joinen van de horizontale rijen.

Stap 3: Horizontale joining

Voor de horizontale joining wordt identiek dezelfde manier gebruikt als voor de verticale joining. De makkelijkste manier is om onderaan te beginnen, met de onderste horizontale rij, en zo rij per rij naar boven toe te werken.

Telkens wanneer je 2 motieven met halve vasten aan elkaar hebt bevestigd, haak je ‘over’ de verticale lijn om naar de volgende 2 motieven te gaan.

Er zijn 7 horizontale rijen in totaal.

Op het einde van elke wij, knip draad af en hecht af.

Belangrijk: Werk de draadjes nog NIET weg (dit doe je pas na het haken van de rand).

Voor meer informatie ga naar onze CAL Facebook groep Scheepjes CAL

Tutorial delen
Sluiten Taal